05 april 2007

Hangouderen een vergeten groep in de samenleving?

Vandaag in De Pers een bericht dat onderzoeksbureau Movisie namens drie landelijke ouderenfondsen een onderzoek gaat uitvoeren bij hangouderen. Ik heb het persbericht er even bijgezocht. Het bureau wil de leefwereld van ouderen in beeld brengen om te zien of het fenomeen hangouderen een maatschappelijk probleem is. Met de uitkomsten van het onderzoek wil Movisie gemeenten informeren over zin en onzin van maatregelen op dit gebied.

Sommige zeggen dat de hangouderen een vergeten groep zijn die zich niet aangesloten voelen door het bestaande aanbod van lokale vrijetijdsvoorzieningen. Anderen hebben het beeld van een verguisde groep, die wordt opgejaagd of uitgejouwd door het publiek. Weer anderen vinden het allemaal maar vergezocht: een opgeklopte mediahype. Echter een geluid ontbrak in de publieke discussie: namelijk dat van de hangouderen zelf.

Nuttig maar nog niet compleet
Het lijkt mij een nuttig en welkom onderzoek. Wellicht dat hangouderen zich zelf niet als een probleemgroep zien, maar gewoon als een groep mensen die er voor kiezen buiten het bestaande vrijetijdaanbod met andere ouderen in contact te komen. Is dat aanbod dan niet goed? Stigmatiseert en betuttelt dat aanbod de ouderen alleen maar als hulp en zorgbehoevend? Vinden ouderen een bejaardensoos benauwend of mist men het contact met de samenleving die natuurlijk ook uit andere generaties bestaat? Of heeft de hangplek met ouderen bij Albert Heyn gewoon betere koffie? De antwoorden kunnen een beeld geven waarmee de maatschappij beter kan anticiperen op de grote toename van ouderen en hun behoefte aan welzijn en vrijetijdsvoorzieningen. Echter Movisie onderzoekt slechts een kleine groep van huidige hangouderen. Hoe zit het dan met de andere ouderen die niet rondhangen? Kennelijk heeft Movisie de veronderstelling dat die ouderen wel tevreden zijn met de bestaande vrijetijdsvoorzieningen. Het is mijn overtuiging dat die aanname niet klopt en dat er voor de toekomst nog veel te verbeteren valt. Maar dat zal dit onderzoek niet duidelijk maken.

Raakvlakken met Trefkade
In dat opzicht sluit dit onderzoek ook enigzins aan op het grotere nationale Trefkade-onderzoek bij toekomstige ouderen naar de behoefte aan vernieuwende vrijetijdsvoorzieningen en gemaksdiensten binnen een overkoepelend centrum. Daarover heeft Mokkamarketing al recent hier bericht. Het is een onderzoek dat advies en ingenieursbureau DHV samen met concept & seniorenmarketingbureau Rijp gaat uitvoeren in samenwerking met het IVA van de Universiteit van Tilburg. Ik ben er dus vanuit Rijp ook zelf bij betrokken. Het onderzoek wordt ondersteund door de Provincie Noord-Brabant en de Europese Commmissie in het kader van het stimuleringsprogramma IAB3, innovatieve acties Brabant. Als straks beide onderzoeken zijn afgerond is er een behoorlijk beeld over de bestaande voorzieningen en behoefte aan verbetering voor de toekomst en kunnen o.a gemeenten, woningbouw corporaties, welzijnsorganisaties en anderen hier hun beleid en initiatieven op afstemmen.

Herbert Driessen

2 opmerkingen:

Arjan zei

Je was me met deze net voor. Had het (weliswaar zeer kleine) artikeltje ook gelezen. Denk je dat de nieuwe generatie ouderen zich ook zal ontwikkelen tot hangouderen? Of zijn zij mondig en inventief genoeg om zelf op zoek te gaan naar alternatieven?

Herbert Driessen zei

Hoi Arjan, ondanks het feit dat toekomstige ouderen beter in staat zijn om hun weg en plek te vinden zullen hangouderen vermoedelijk niet verdwijnen. Dit omdat er ouderen zullen blijven die het leuk blijven vinden om op openbare plekken elkaar te ontmoeten en die zeker niet altijd binnen willen zitten. Hangouderen zijn volgens mij geen probleemgroep maar mensen die behoefte hebben aan een sociaal (dorps)plein, een plek om naar mensen te kijken en openbaar deelgenoot te zijn van de maatschappij. Ouderen die bijvoorbeeld hangen bij een bouwplaats doen dit vaak vanuit hun interesse in techniek of (ver)bewondering. Dat is geen probleem, maar juist betrokkenheid en nieuwsgierigheid. Ik zou eigenlijk willen zeggen dat we het deels moeten stimuleren omdat mensen daardoor niet in een isolement geraken.